Als zelfzorg verandert in nóg een taak op je to-do lijstje
Rust nemen, op tijd naar bed, gezond eten, even een frisse neus halen. De ‘basis’, zou je zeggen. En toch voelt zelfs dat al als te veel.
Het klinkt logisch, bijna vanzelfsprekend. Maar als je lijf in de overlevingsstand staat, als je al van alles van jezelf 'moet' is niks meer vanzelfsprekend. Zelfzorg voelt dan niet zacht of steunend. Het voelt als nog een taak. Nog iets wat moet. Een nieuwe verwachting om aan te voldoen.
En als het niet lukt? Dan volgt al snel het oordeel:
" Zie je wel, zelfs dát krijg ik niet voor elkaar."
Zelfzorg, iets wat bedoeld is om te helpen, verandert zo ongemerkt in een bron van extra spanning.
Ik weet hoe dat voelt. Ik heb er namelijk zelf lang in vastgezeten.....
Balans vinden als je alleen maar 'doorgaan' kent, is niet vanzelfsprekend.
Je weet ergens diep vanbinnen wel wat goed voor je is, maar je komt er gewoon niet bij.
Zelfzorg als ‘moeten’
Zelfzorg werd voor mij na lange tijd iets wat ook nog moest. En dat terwijl ik nauwelijks energie had voor wat er al op mijn bord lag. Pas toen ik durfde te erkennen dat mijn lichaam echt uitgeput was, en ik stap voor stap leerde wat mijn lijf nodig had, kwam er een beetje ruimte. Maar dat betekende niet dat het meteen goed ging....
Want telkens als dat beangstigende gevoel van vermoeidheid terugkwam, het gevoel dat me inmiddels al meer dan tien jaar bekend was, nam ik mezelf weer opnieuw voor: "Morgen ga ik het echt beter doen." Want ik was toch geen één of ander watje? Ik kon toch wel goed voor mezelf zorgen? Op zijn minst een dag of week volhouden volgens de regels moest toch haalbaar zijn?
En dan ging ik er opnieuw vol in. Overcompenseren.
Niet vanuit rust, maar vanuit onrust vermomd als daadkracht.
Een strak schema, gezond eten, volledige rust, alles in één keer goed.
Alles of niks.
Maar dat werkte natuurlijk niet. Het was te veel.
En op zulke dagen eindigde ik uitgeput en teleurgesteld, met een zak chips op de bank. Ik kon het niet laten mezelf te straffen. Alsof ik daarmee iets recht kon zetten, of mezelf wakker kon schudden. Maar het maakte alles alleen maar zwaarder.
Het werd een vicieuze cirkel. Zelfzorg voelde steeds minder haalbaar.
En het gevoel van falen en vermoeidheid bleef.
Maar niet alleen de vermoeidheid.
Sluimerend bleef ook de angst om opnieuw weg te zakken, om weer in dat (voor mij) zwarte gat te vallen.
De chronische vermoeidheid: Dat zware, allesoverheersende gevoel waarbij zelfs het ene been voor het andere zetten als een opgave voelde. En alsof zelfs de kleinste beweging te veel was.
Waarin mijn enthousiaste hoofd echt wel wilde, maar waarin het voelde alsof mijn lijf niet meer van mij was, maar iets waar ik tegen moest vechten.
Ik verloor langzaam steeds meer het vertrouwen in mijn lijf, in mijn herstel en in mezelf.
Het werd een stil gevecht in mijn hoofd, tegen mezelf. Tegen mijn eigen grenzen. Tegen mijn realiteit. Ik wilde het zo graag goed doen. Mezelf niet weer teleurstellen. Tot het punt dat het elke dag voelde alsof ik nergens anders meer mee bezig was.
Langzaam begon ik afstand te nemen van dingen die ooit vanzelfsprekend voor me waren. Mijn reserves begonnen echt op te raken. Ik sportte niet meer, drukke omgevingen zoals concerten, evenementen, massale feestjes vermeed ik liever…
Ze voelden niet meer als leuk, maar eerder als overweldigend.
Ik bewoog steeds minder en voelde mij snel overprikkeld.
Het was niet omdat ik het leven niet meer wilde voelen, ik voelde juist in overvloed.
Maar omdat de buitenwereld altijd iets van me leek te vragen, fysiek of sociaal.
In plaats van altijd mee willen doen, trok ik mij inmiddels liever terug. Ik stelde mezelf weinig tot geen doelen meer, of durfde het simpelweg niet meer. Zelfbescherming, misschien. Omdat falen minder pijn deed als ik het niet eens meer probeerde.
Van buitenaf leek het misschien alsof ik rust nam, maar van binnen leefde ik vooral vanuit angst.
Angst om weer te veel te doen.
Angst om weer in te storten.
En onder alles: de onzichtbare druk die ik mezelf altijd had opgelegd.
Wat begon als “echt tijd voor mezelf”, werd langzaam een vorm van isolatie.
Geen bewuste keuze, maar het gevolg van jarenlang over mijn grenzen gaan.
Waarom het zo werkt
Als je langere tijd onder spanning hebt gestaan, schakelt je lichaam over op standje overleven.
Je zenuwstelsel blijft aan. Je stresssysteem blijft alert. Zelfzorg vraagt ruimte. Maar overleven laat geen ruimte., het vraagt zachtheid.
Stress maakt je hard. En dus voelt zelfs herstellen als werken en presteren.
Zelfzorg wordt dan iets wat je bewust moet doen, terwijl je lichaam vooral verlangt naar veiligheid, rust en regulatie.
Daarom lukt het niet om “je leven om te gooien” als je in overdrive leeft.
Daarom werkt een perfect schema zelden.
En daarom is mildheid vaak de echte eerste stap, hoe onlogisch die ook voelt.
Van moeten naar mogen
Balans is niet vanzelfsprekend als je in een ‘alles of niks’-patroon leeft.
Je moet het letterlijk leren. Niet alleen weten wat je nodig hebt, maar ook aanvoelen wat haalbaar is.
.Soms is dat vijf minuten ademen.
Soms is het in stilte een boterham eten.
Soms is het… even helemaal niks. En dat mag ook.
Misschien hoeft het niet groot. Misschien hoeft het niet perfect. Misschien is het al genoeg om te erkennen dat je moe bent. Misschien hoef je alleen maar te erkennen dat het zwaar voelt, dat je het lastig vindt. Dat je het wel probeert, maar nog zoekende bent. Zelfzorg begint precies daar.
Niet bij to-do lijstjes of routines, maar bij bewustzijn. Bij luisteren. Bij voelen. Bij durven stilstaan, ook als het ongemakkelijk is. Je lijf hoeft niet terug naar “zoals het vroeger was”. Wat je zoekt, is niet je oude ik maar een nieuwe manier van zijn, waarin je jezelf wel kunt dragen.
Je lijf wil namelijk gehoord worden. Gezien worden. En ruimte krijgen om te herstellen, op zijn eigen tempo.
En misschien, heel misschien, besef je dan dat je niet perfect hoeft te zijn om waardevol te zijn.
Je lijf heeft geen betere versie van jou nodig. Alleen een veilige. Een aanwezige. Een beetje zachtere.
Rustig opnieuw leren wat goed voelt en wat niet meer past.
Want goed voor jezelf zorgen mag zacht zijn.
En soms is het grootste wat je kunt doen…
- Even stoppen met moeten.
Misschien zit jij nu precies in zo’n fase.
Waarin zelfzorg voelt als een last, herstel ver weg lijkt en je vooral overleeft.
Voel je vrij om me te berichten. Ook als je nog geen woorden hebt voor hoe het met je gaat.
Reactie plaatsen
Reacties